Zonder woningdata geen goede wijkonderbouwing voor aardgasvrij
Gemeenten krijgen de komende jaren een grotere rol in het aardgasvrij maken van wijken. Daarbij gaat het vaak snel over de aanwijsbevoegdheid. Begrijpelijk, maar eigenlijk is dat vooral het sluitstuk. Het is het laatste middel dat je als gemeente wil inzetten als een route naar aardgasvrij uiteindelijk juridisch moet worden vastgelegd in het omgevingsplan.
De echte keuzes worden eerder gemaakt. In het warmteprogramma en vooral in de uitvoeringsplannen per wijk of gebied. Daar moet een gemeente kunnen onderbouwen welke warmteoplossing logisch is, welke tussenstappen nodig zijn en of de route technisch haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar is.
Die onderbouwing kun je niet maken met alleen gemiddelden op wijkniveau. Daarvoor is inzicht nodig op woningniveau.
De echte opgave ligt natuurlijk na dit inzicht, participatie richting de inwoner en perspectief bieden voor een individuele aanpak.
Van kaartbeeld naar werkelijkheid
In veel warmteprogramma’s staat op hoofdlijnen welke wijken kansrijk zijn voor een warmtenet, welke gebieden mogelijk all-electric kunnen worden en waar eerst isolatie nodig is. Dat is nuttig als richting. Maar zodra een gemeente richting uitvoering gaat, wordt de vraag veel concreter.
Past de gekozen oplossing ook echt bij de woningen in de wijk? Bij de bewoners? Bij de beschikbare energie-infrastructuur?
Een middentemperatuur warmtenet stelt andere eisen aan woningen dan een lage temperatuur warmtenet. Een zeer lage temperatuur warmtenet vraagt weer om een betere gebouwkwaliteit en vaak ook aanpassingen aan het afgiftesysteem. Een all-electric oplossing met een warmtepomp is alleen realistisch als de warmtevraag voldoende laag is, de woning technisch geschikt kan worden gemaakt en het elektriciteitsnet de extra vraag aankan.
Daarom is woningdata geen extraatje, maar een noodzakelijke basis onder de wijkonderbouwing.
Gemiddelden zijn te grof
Een wijk kan op papier bestaan uit vergelijkbare woningen, maar in de praktijk zijn de verschillen groot. Twee rijwoningen uit hetzelfde bouwjaar kunnen energetisch totaal anders presteren. De ene woning heeft al dakisolatie, HR++ glas en vloerisolatie. De andere woning heeft nog enkel glas, een ongeïsoleerde vloer en een hoge warmtevraag.
Voor de keuze van een warmteoplossing maakt dat veel uit.
Als je als gemeente wil beoordelen of een wijk geschikt is voor zeer lage temperatuur, lage temperatuur, middentemperatuur, hybride oplossingen of all-electric, moet je verder kijken dan bouwjaar en energielabel. Je moet weten wat de huidige staat van de woning is, welke maatregelen nodig zijn, wat die maatregelen kosten en wat ze opleveren.
Daarbij spelen landelijke standaarden een belangrijke rol. Denk aan de Standaard voor woningisolatie en de streefwaarden voor afzonderlijke bouwdelen. Maar ook nieuwe ontwikkelingen zoals de Renovatieverkenner. Die kaders helpen om te bepalen wanneer een woning voldoende geïsoleerd is voor een aardgasvrije oplossing. Maar dan moet je ze wel kunnen vertalen naar de woningen in een concrete wijk.
Welke woningen voldoen al? Welke woningen zitten dichtbij? Welke woningen vragen nog forse investeringen? En welke woningen zijn voorlopig alleen geschikt met een tussenstap?
Dat zijn de vragen waar een uitvoeringsplan antwoord op moet geven.
Wat je echt nodig hebt
Een goede wijkonderbouwing vraagt om een combinatie van bouwkundige, energetische, financiële en gebiedsgerichte informatie.
- Weten wat er staat
Je moet inzicht hebben in woningtype, bouwjaar, gebruiksoppervlak, dakvorm, aanbouwen, dakkapellen, hoekwoningen, tussenwoningen, vrijstaande woningen, VvE’s, particuliere woningen, corporatiebezit en gespikkeld bezit.
Dat lijkt basisinformatie, maar het is cruciaal. Een VvE vraagt een andere aanpak dan individueel particulier bezit. Een hoekwoning vraagt vaak iets anders dan een tussenwoning. En gespikkeld bezit maakt communicatie en uitvoering direct complexer.
Wat Smart Twin regelt
Smart Twin bouwt op basis van beschikbare databronnen een digitaal woningmodel op. Daarmee maken we inzichtelijk welke woningen er staan, hoe ze zich tot elkaar verhouden en welke woningtypen logisch gegroepeerd kunnen worden. Onze bouwkundige bibliotheek BouwConnect zorgt daarin voor een stevig fundament.
- Weten hoe goed woningen zijn geïsoleerd
Daarna moet je weten hoe woningen energetisch presteren. Is het dak geïsoleerd? Is de gevel geïsoleerd? Is de vloer geïsoleerd? Welk glastype is aanwezig? Wat is de verwachte warmtevraag? Hoe ver staat de woning af van de Standaard voor woningisolatie?
De geschiktheid voor een warmteoplossing hangt direct samen met de energetische kwaliteit van de woning. Een goed geïsoleerde woning kan mogelijk sneller mee in een lage temperatuur oplossing. Een woning met een hoge warmtevraag vraagt eerst om isolerende maatregelen.
Wat Smart Twin regelt
Smart Twin brengt de isolatiestatus per woning en per bouwdeel in beeld. Daarmee ontstaat inzicht in dak, gevel, vloer en glas. Ook kunnen we laten zien welke woningen al dichtbij een gewenst niveau zitten en welke woningen eerst maatregelen nodig hebben.
- Weten wat maatregelen kosten en opleveren
Een wijkonderbouwing wordt pas bruikbaar als je weet welke maatregelen nodig zijn en wat deze betekenen.
Denk aan isolatiemaatregelen, installatiemaatregelen, hybride warmtepompen, volledig elektrische warmtepompen, kosten per maatregel, energiebesparing, terugverdientijd, effect op de warmtevraag, effect op woonlasten en beschikbare subsidies of regelingen.
Zonder deze laag blijft betaalbaarheid te abstract. Dan kun je zeggen dat een oplossing gemiddeld betaalbaar lijkt, maar niet wat dit betekent voor bewoners in verschillende woningtypen.
Wat Smart Twin regelt
Smart Twin rekent maatregelpakketten door op woningniveau. We maken inzichtelijk welke maatregelen nodig zijn, wat deze ongeveer kosten, wat ze opleveren en hoe ze bijdragen aan de route richting aardgasvrij. Ook kunnen scenario’s met elkaar worden vergeleken, zoals isoleren naar de Standaard, aardgasvrij-ready, hybride als tussenstap of voorbereiden op een lage temperatuur oplossing.
- Weten welke route logisch is
Niet iedere woning is geschikt voor iedere warmteoplossing. Daarom moet een uitvoeringsplan duidelijk maken welke oplossing waar logisch is.
Soms is een directe overstap naar aardgasvrij niet de meest verstandige route. Netcongestie maakt all-electric oplossingen op veel plekken minder vanzelfsprekend. Tegelijkertijd blijkt de ontwikkeling en uitrol van warmtenetten vaak complex en tijdrovend.
Daarom worden tussenstappen steeds belangrijker. Denk aan isolerende maatregelen, hybride warmtepompen of het aardgasvrij-ready maken van woningen. Zulke stappen kunnen de warmtevraag verlagen, bewoners handelingsperspectief geven en toekomstige warmteoplossingen beter mogelijk maken.
Wat Smart Twin regelt
Smart Twin helpt om woningen en woningtypen te koppelen aan mogelijke warmteoplossingen. Daarbij kijken we naar de energetische staat van de woning, de benodigde maatregelen en de haalbaarheid van verschillende temperatuurregimes. Zo kan een gemeente beter onderbouwen waar een collectieve oplossing logisch is, waar individuele oplossingen kansrijk zijn en waar een tussenstap verstandig is.
- Weten of het uitvoerbaar is
Een wijkonderbouwing gaat niet alleen over woningen. Ook de gebiedscontext is bepalend. Denk aan netcapaciteit, fasering, eigendomssituatie, corporatiebezit, VvE’s, verstrekte subsidies, lokale acties, bewonerscommunicatie, monitoring en rapportage.
Ook in onze samenwerking met Enexis komt dit nadrukkelijk terug. De warmtetransitie is niet alleen een woningopgave, maar ook een infrastructuuropgave. Keuzes op woningniveau hebben effect op het elektriciteitsnet, en beschikbare netcapaciteit heeft invloed op de haalbaarheid van warmteoplossingen.
Wat Smart Twin regelt
Smart Twin kan gemeentelijke data combineren met woningdata. Denk aan eigendomssituatie, WOZ-gegevens, huur- en koopwoningen, verstrekte subsidies, wijkindelingen en lokale regelingen. Daarmee ontstaat een completer beeld van de wijk. Niet alleen technisch, maar ook organisatorisch en uitvoerbaar.
Participatie wordt concreet
Een goede wijkonderbouwing is niet alleen bedoeld voor beleid, bestuur en uitvoering. Het is ook de basis voor goede participatie.
Bewoners willen meestal niet beginnen met abstracte systeemkeuzes. Een discussie over lage temperatuur, middentemperatuur, netcongestie of aanwijsbevoegdheid wordt pas relevant als duidelijk is wat dit betekent voor hun eigen woning.
Daarom moet participatie concreet worden gemaakt.
Wat kost het om mijn woning beter te isoleren? Welke maatregelen zijn logisch? Wat levert het op? Welke lokale subsidies, leningen of acties zijn beschikbaar? Is een hybride warmtepomp een logische tussenstap? Moet ik mijn woning voorbereiden op een warmtenet?
Smart Twin maakt de koppeling tussen wijkanalyse en bewonersreis. Per thema kunnen we inzichtelijk maken wat maatregelen betekenen voor bewoners. Denk aan isolatie, ventilatie, hybride verwarmen, aardgasvrij-ready of voorbereiden op een warmtenet.
Daarbij kunnen ook lokale regelingen worden meegenomen, zoals gemeentelijke subsidies, provinciale regelingen, leningen, collectieve acties of lokale inkoopacties. Zo krijgt een bewoner niet alleen een technisch advies, maar ook een handelingsperspectief dat past bij de lokale aanpak.
Niet: 'de wijk moet aardgasvrij worden', maar: 'dit betekent het waarschijnlijk voor uw woning, dit zijn de logische stappen, dit zijn de kosten, dit zijn de beschikbare regelingen en dit kunt u nu al doen.'
Wat Smart Twin concreet oplevert
Smart Twin helpt gemeenten bij het maken van een wijkonderbouwing door verschillende datalagen bij elkaar te brengen en te vertalen naar concrete inzichten.
Concreet levert dit op:
- inzicht in de huidige staat van woningen;
- maatregelen per woningtype en bouwdeel;
- kosten, besparing en terugverdientijd;
- toetsing aan isolatieniveaus en aardgasvrij-ready;
- vergelijking van warmteoplossingen en tussenstappen;
- inzicht in eigendom, VvE’s en corporatiebezit;
- koppeling met participatie en bewonerscommunicatie;
- lokale subsidies, leningen en acties per thema;
- bewonersgericht handelingsperspectief via de Quickscan;
- onderbouwing voor warmteprogramma en uitvoeringsplan;
- monitoring en rapportage voor gemeenten.
Wat we in de praktijk zien
In gesprekken met gemeenten en uitvoeringspartners merken wij dat de vraag steeds concreter wordt. Gemeenten vragen niet meer alleen om kaartbeelden of dashboards. Ze willen weten of ze hun keuzes richting uitvoering, bestuur en bewoners goed kunnen onderbouwen.
Dat zien we terug bij gemeenten zoals Rotterdam, Groningen, Vught, Almelo en Gouda. De behoefte verschuift van globale verkenning naar concrete wijkonderbouwing.
De vragen worden scherper:
- kunnen we aantonen dat deze warmteoplossing past bij de woningen?
- welke woningen moeten eerst worden geïsoleerd?
- wat kost het om deze wijk aardgasvrij-ready te maken?
- waar is een hybride warmtepomp een logische tussenstap?
- welke woningen kunnen mee met lage temperatuur?
- wat betekent netcongestie voor onze planning?
- waar is een warmtenet kansrijk, maar nog niet direct uitvoerbaar?
- hoe leggen we dit begrijpelijk uit aan bewoners?
Zonder goede woningdata blijft dit giswerk. Met goede woningdata kun je scenario’s naast elkaar zetten en onderbouwen waarom een bepaalde route voor een gebied het meest logisch is.
Eerst onderbouwen, dan pas juridisch borgen
De aanwijsbevoegdheid blijft belangrijk, maar het is niet het beginpunt van de wijkgerichte warmtetransitie. Het is het mogelijke sluitstuk van een zorgvuldig proces.
De echte opgave ligt in het goed onderbouwen van keuzes. Gemeenten moeten kunnen aantonen welke warmteoplossing per wijk logisch is, welke maatregelen daarvoor nodig zijn, welke tussenstappen verstandig zijn en wat dit betekent voor bewoners, kosten, planning, infrastructuur, participatie en uitvoering.
Daarvoor is woningdata onmisbaar.
Zonder inzicht op woningniveau blijft een wijkonderbouwing te globaal. Met goede data kunnen gemeenten warmteoplossingen eerlijk vergelijken, maatregelen beter prioriteren en bewoners concreter meenemen in de route naar aardgasvrij.
Wie een wijk aardgasvrij wil maken, moet dus niet beginnen bij het juridische instrument, maar bij de vraag:
weten we eigenlijk genoeg van de woningen in deze wijk om een goede keuze te maken?