Loading...

Blog: Hoe Rotterdam bewoners activeert in een complexe verduurzamingsopgave

Veel gemeenten willen bewoners in beweging krijgen voor woningverduurzaming, maar in een stad als Rotterdam is dat niet alleen een kwestie van subsidies of communicatie. Daar speelt vaak ook complexe woningproblematiek mee. Denk aan funderingsproblemen, kwaaitaalvloeren, asbest of achterstallig onderhoud. Juist daardoor heeft het weinig zin om verduurzaming als los onderwerp te behandelen. Rotterdam kiest daarom voor een aanpak waarin energiebesparing, onderhoud en bewonersbegeleiding nadrukkelijk samenkomen. In verschillende wijken werkt de gemeente met maatwerkadvies in samenwerking met intermediairs, zodat bewoners niet alleen horen wat er technisch mogelijk is, maar ook welke stap in hun situatie logisch is. Daarnaast wordt de woningscan ingezet als laagdrempelige ingang voor bewoners die zelf alvast willen verkennen wat zij met hun woning kunnen doen. Daarmee staat er al een sterke basis. Tegelijk wordt ook duidelijk waar de volgende stap ligt: bij de grote groep woningen die onderdeel zijn van een VvE, waar verduurzaming niet alleen technisch, maar ook organisatorisch ingewikkelder wordt.

Een aanpak die uitgaat van de werkelijkheid van de woning

Wat de Rotterdamse aanpak sterk maakt, is dat verduurzaming niet wordt losgetrokken van de technische staat van de woning. In de praktijk is het lang niet altijd logisch om direct een isolatiemaatregel of andere verduurzamingsstap te adviseren. Soms spelen er eerst andere problemen die aangepakt moeten worden. Dan gaat het bijvoorbeeld om funderingsproblematiek, een kwaaitaalvloer, asbest of achterstallig onderhoud.

Voor bewoners is dat belangrijk, want zij kunnen hun geld maar één keer uitgeven. Juist daarom kiest Rotterdam voor een aanpak waarin eerst goed wordt gekeken wat er werkelijk aan de hand is. Niet alleen wat duurzaam klinkt, maar wat op dat moment de juiste stap is.

Maatwerkadvies in samenwerking met intermediairs

Binnen die aanpak werkt Rotterdam in verschillende wijken met maatwerkadvies in samenwerking met intermediairs. Die gaan de wijk in, benaderen bewoners actief en helpen hen om hun woning en mogelijkheden beter in beeld te krijgen. Daarmee blijft het niet bij algemene communicatie, maar wordt verduurzaming gekoppeld aan het gesprek aan de voordeur en aan de concrete situatie van bewoners.

Dat is een belangrijk verschil. Bewoners worden niet alleen gestimuleerd om iets te doen, maar krijgen advies dat rekening houdt met de staat van hun woning én met de volgorde waarin maatregelen verstandig zijn. Daardoor krijgen bewoners geen standaard verduurzamingsverhaal, maar een advies dat past bij de werkelijke opgave van hun woning.

De woningscan als laagdrempelige ingang

Naast deze wijkgerichte inzet gebruikt Rotterdam ook de woningscan. Die maakt het mogelijk om bewoners stadsbreed een eerste ingang te bieden, ook buiten de wijken waar intermediairs actief zijn. Voor bewoners die wel interesse hebben, maar nog niet precies weten waar zij moeten beginnen, biedt de woningscan een praktische eerste stap.

Vanuit huis kunnen bewoners alvast verkennen welke maatregelen mogelijk zijn, welke ondersteuning beschikbaar is en welke vervolgstap logisch is. Daarmee werkt de woningscan niet als vervanging van het persoonlijk contact, maar juist als aanvulling daarop. De tool helpt bewoners om zelf een eerste beeld te krijgen en verlaagt de drempel naar verdere ondersteuning.

Wat er in deze aanpak al goed werkt

Wat in Rotterdam nu al goed gaat, is dat bewonersactivatie niet alleen wordt gezien als een kwestie van informeren. De combinatie van woningscan, maatwerkadvies en wijkgerichte inzet zorgt ervoor dat bewoners ook echt verder geholpen kunnen worden. Niet met een algemeen advies, maar met een benadering die beter aansluit op de werkelijke opgave van hun woning.

Juist in een stad met veel verschillende woningtypen en uiteenlopende technische problemen is dat van grote waarde. De aanpak erkent dat verduurzaming niet overal hetzelfde startpunt heeft. Soms begint het met isolatie, soms met herstel en soms met onderhoud. Door die realiteit serieus te nemen, wordt voor bewoners duidelijker welke stap nú logisch is en welke nog niet.

Waarom de volgende stap bij VvE’s ligt

Tegelijk maakt Rotterdam ook duidelijk waar de volgende uitdaging zit. Een groot deel van de woningvoorraad valt onder een VvE. Daarmee verandert de opgave. Bij grondgebonden woningen kun je bewoners vaak individueel activeren, maar bij VvE’s spelen meteen meer vragen. Niet alleen over techniek en kosten, maar ook over organisatie, eigenaarschap en besluitvorming.

Daar komt bij dat juist in VvE’s bouwkundige problematiek en verduurzaming vaak nog sterker door elkaar lopen. De vraag is dan niet alleen wat technisch verstandig is, maar ook of bewoners met elkaar in gesprek komen, hoe de VvE georganiseerd is en of gezamenlijke stappen überhaupt van de grond kunnen komen.

Nauwe samenwerking met VvE-010

Vanuit die praktijk is het logisch dat Rotterdam nu verder bouwt aan de aanpak voor VvE’s. Daarbij werkt de gemeente nauw samen met VvE-010, een partij die in Rotterdam al mooie resultaten boekt in het activeren en begeleiden van VvE’s. Die samenwerking is belangrijk, omdat de opgave bij VvE’s niet alleen draait om techniek, maar ook om organisatie, communicatie en het op gang brengen van gezamenlijke besluitvorming.

Juist door die praktijkkennis te combineren met de digitale mogelijkheden van Smart Twin ontstaat een sterkere basis voor vervolgstappen. De ontwikkeling richting VvE’s staat dus niet los van wat er al gebeurt, maar sluit aan op ervaring die in Rotterdam al is opgebouwd.

De VvE-verkenner als logisch vervolg

De ontwikkeling van de VvE-verkenner is daarmee een logisch vervolg op de bestaande aanpak. Waar de woningscan vooral de individuele bewoner helpt, moet de VvE-verkenner helpen om ook de collectieve kant van verduurzaming overzichtelijker en toegankelijker te maken. Niet alleen voor grote verenigingen, maar juist ook voor kleinere VvE’s en beneden-bovenwoningen waar de praktijk vaak weerbarstig is.

Daarmee ontstaat geen los nieuw project, maar een verdieping van een aanpak die al staat. Eerst bewoners goed ondersteunen bij individuele woningen en complexere bouwkundige situaties. Daarna de stap zetten naar gebouwen waar techniek, onderhoud, organisatie en gezamenlijke besluitvorming nog nadrukkelijker samenkomen.

Wat andere gemeenten hiervan kunnen meenemen

Het verhaal van Rotterdam laat zien dat bewonersactivatie het sterkst is als die aansluit op de echte staat van woningen en op de manier waarop bewoners keuzes maken. Verduurzaming is in veel gevallen geen rechte lijn van scan naar maatregel. Zeker in stedelijke gebieden spelen vaak meerdere opgaven tegelijk.

Juist daarom is de Rotterdamse aanpak interessant. Niet omdat alles simpel wordt gemaakt, maar omdat de gemeente de complexiteit niet wegpoetst. Door verduurzaming te verbinden aan onderhoud, maatwerkadvies, intermediairs en de samenwerking met VvE-010 ontstaat een route die beter past bij de praktijk. En precies vanuit die basis wordt nu logisch doorgebouwd naar de volgende opgave: de verduurzaming van VvE’s.